Oefening: Kan jij het functievoorschrift van een tweedegraadsfunctie opstellen als de top én een punt van de parabool gegeven zijn?

 


 

Je krijgt enkele gegevens een parabool. Bepaal op een apart blad het functievoorschrift in de vorm f(x)=a(x-a)²+β.

Als je dit gevonden hebt, noteer je het in het witte vak.
Het is zeer belangrijk dat je geen spaties gebruikt, je typt dus alles aan elkaar vast!!!  Zo voer je bijvoorbeeld 6(x-3)²+1 in en NIET 6 (x -3)²+ 1

Baseer je op het voorbeeld!

 

 
Een parabool heeft (2,5) als top en gaat door het punt (-1,32)
Functievoorschrift van deze parabool: f(x) = 3(x-2)²+5

Een parabool heeft (3,1) als top en gaat door het punt (5,-19)
Functievoorschrift van deze parabool: f(x) =

Een parabool heeft (-1,0) als top en gaat door het punt (3,16)
Functievoorschrift van deze parabool: f(x) =

Een parabool heeft (-6,-11) als top en gaat door het punt (-4,-3)
Functievoorschrift van deze parabool: f(x) =

Een parabool heeft de rechte x = -2 als symmetrieas en gaat door de punten (-1,4) en (-5,28)
Functievoorschrift van deze parabool: f(x) =

Een parabool heeft de rechte x = 1 als symmetrieas en gaat door de punten (2,-5) en (0,-5)
Functievoorschrift van deze parabool: f(x) =

Een parabool heeft de rechte x = -9 als symmetrieas en gaat door de punten (-12,5) en (-7,0)
Functievoorschrift van deze parabool: f(x) =